Verplicht meewerken aan DNA test voor het vaststellen vaderschap

(bericht van 15 maart 2022)

De Hoge Raad heeft bepaald in een uitspraak van 11 maart 2022 dat een vermoedelijk biologische vader in beginsel moet meewerken aan een DNA onderzoek om het biologisch vaderschap (al dan niet) vast te kunnen laten stellen.

De Hoge Raad stelde dat er sprake was van twee tegenovergestelde grondrechten. Het recht van het kind om te weten van wie hij afstamt en het recht van de ouder om dat verborgen te houden en om niet aan een DNA onderzoek mee te werken. De Hoge Raad oordeelde in onderhavige casus dat het recht van het kind voorgaat boven het recht van de vermoedelijke vader.

De Hoge Raad wijst er op dat informatie met betrekking de eigen afstamming van belang is om een eigen identiteit en persoonlijkheid te kunnen vormen. Hierbij overwoog de Hoge Raad dat het meewerken aan een DNA onderzoek weliswaar belastend kan zijn voor de vermoedelijke vader, alsook een aantasting van zijn welbevinden en gezondheid, doch de Hoge Raad stelde dat slechts uitzonderlijke omstandigheden met zich mee kunnen brengen dat er geen plicht tot medewerking aan een DNA onderzoek bestaat.

Voor het lezen van de uitspraak klikt u op deze link.